Besnijdenis

Uit Louterend.nl

Instellen van de besnijdenis: Genesis 17 en Jozua 5

Voor Joden is besnijdenis een verbondsteken

De besnijdenis begon bij Abraham (Genesis 17).

God gaf dit als teken van het verbond tussen God en het Joodse volk.

  • Het was een identiteitsmarkeerder: wie bij Gods verbondsvolk hoorde, werd besneden.
  • Het was een blijvend teken voor alle generaties van Israël.

Kort gezegd: voor Joden is het deel van hun verbond met God en hun etnische/religieuze identiteit.

In het christendom geldt het oude verbond niet als verplichting

Christenen geloven dat Jezus het Nieuwe Verbond heeft ingesteld (bijv. Lukas 22:20).

Daarom is de besnijdenis niet langer verplicht om bij het volk van God te horen.

Dit werd al vroeg in de kerk een belangrijk discussiepunt. Twee teksten zijn heel bepalend:

Handelingen 15 – Het apostelconvent in Jeruzalem

Daar werd door de apostelen vastgesteld dat heiden-christenen niet hoeven te worden besneden.

Galaten 5 – Paulus benadrukt dat redding niet afhangt van besnijdenis

Paulus maakt duidelijk dat wie in Christus gelooft, niet door de wet gerechtvaardigd wordt.

De kern:

  • Je hoort bij Christus niet door een lichamelijk teken,
  • maar door geloof,
  • en het Nieuwe Verbond wordt gekenmerkt door de besnijdenis van het hart (Romeinen 2:29; Kolossenzen 2:11).

Andere redenen die vaak genoemd worden

Besnijdenis was nationaal, niet universeel

Het was verbonden aan het Joodse volk, niet aan alle volken.

Doop vervult symbolisch wat besnijdenis betekende

Veel christelijke tradities zien de doop als het nieuwe‑verbondsteken:

in plaats van een lichamelijke markering is er nu een geestelijke.

Christus heeft de wet vervuld

Christenen geloven dat Jezus’ offer een compleet en volmaakt werk is, waardoor ceremoniële wetten (zoals offers en rituele voorschriften) niet meer als verplichting gelden.

Kort samengevat

  • Joodse besnijdenis = teken van het oude verbond met Abraham, blijvend voor Israël.
  • Christenen = leven onder het nieuwe verbond, waarin geloof en de besnijdenis van het hart centraal staan.
  • Besnijdenis is daarom niet nodig voor christenen en werd in de eerste eeuw al bewust niet opgelegd aan niet‑Joodse gelovigen.